[dit bericht is afkomstig van de website van Humo, het volledige artikel is te lezen in Humo 3603 van 22/09/'09]
‘Ik heb in heel mijn leven twee keer mijn oren niet beschermd in lawaai (Sepultura 1996 en repetitie 2003). TWEE KEER! Verder heb ik mijn oren ALTIJD beschermd! Toch heb ik immense oorschade opgelopen. Waar is de rechtvaardigheid? Waaraan heb ik dit verdiend? Waarom moet de muziek overal zo luid staan? Waarom is er zoveel lawaai in deze wereld? Waarom is luid gelijk aan goed?’ (Fragment uit de afscheidsbrief van Dietrich Hectors, 29 jaar).
Op 17 juli 2009 pleegde Dietrich Hectors zelfmoord: moegetergd en platgeslagen na een jarenlang gevecht tegen de piep in zijn hoofd. Hectors leed aan een dubbele vorm van gehoorbeschadiging: hij was belast met tinnitus – de aanhoudende pieptoon – maar ook nog eens met hyperacusis. Hij was zó overgevoelig voor geluid dat zijn eigen stem hem deed ineenkrimpen van de pijn. De veelvuldige uitroeptekens en hoofdletters in zijn brief onderstrepen de martelgang die hij had doorgemaakt, én de boodschap die hij absoluut nog kwijt wilde: ‘Ze zeggen wel eens dat elke zelfmoord een schreeuw om aandacht is. Wel, dit is ook een schreeuw om aandacht. Ik wil niet dat iemand anders hetzelfde overkomt. Zorg allemaal goed voor uw oren! Bescherm ze! Of blijf weg uit te hard lawaai!’
De Erasmus Universiteit in Rotterdam publiceerde vorige week een grootschalig onderzoek waaruit blijkt hoe groot het probleem is: ruim veertig procent van alle jongeren tussen 12 en 19 dreigt gehoorbeschadiging op te lopen door té luide muziek. Dan wordt er vooral naar mp3-spelers gewezen, maar ook discotheken en festivals richten een ware ravage aan. Dietrich Hectors’ problemen begonnen na een veel te luid concert van Sepultura, vertelt zijn vader.
HUMO Daar heeft uw zoon voor de eerste keer een geluidstrauma opgelopen – hij was toen zestien. Heeft hij na dat concert tegen jullie gezegd dat er iets niet in orde was?
Roger Hectors «Ja. Mijn vrouw heeft meteen de dokter geraadpleegd en die heeft hem de raad gegeven de rest van de week – het concert was op een woensdag – thuis te blijven van school.»
HUMO Nadien had hij tinnitus, maar die was wel draaglijk. Hij ging zelfs zélf muziek maken.
Roger Hectors «Toen was het nog leefbaar, ja. Hij had een akoestische gitaar gekocht, en ik weet nog dat hij kwam vragen wat hij moest leren, want hij was autodidact. Omdat ik in mijn jeugd nogal weg was van Creedence Clearwater Revival, had ik ‘Who’ll Stop the Rain’ gesuggereerd. Dat móést hij dan kennen, en zo is dat muziekmaken begonnen. Met zijn groepje heeft hij later nog op Marktrock gespeeld. Maar op een repetitie heeft hij de tweede keer oorschade opgelopen, en toen is hij gestopt met die groep.»
HUMO Van toen af deed zowat alles pijn aan zijn oren. Uiteindelijk zelfs tikken op de computer, schreef hij.
Roger Hectors «Hij kon het geluid van zijn eigen stem niet meer aan! Toen hij zijn doctoraatsthesis moest verdedigen, moest hij drie, vuur uur lang spreken: nadien was hij heel erg slecht.
Als hij thuiskwam en zei dat hij last van zijn oren had, pasten wij ons aan: we waren voorzichtig met messen en vorken, we zetten geen muziek op, stofzuigen of het gras maaien deden we niet… Na een paar weken rust ging het dan weer.
Hij raakte ook meer en meer geïsoleerd. Alles wat hij graag deed – en hij was behoorlijk sociaal bewogen – viel langzaam weg. Alle uitnodigingen moest hij afzeggen, of hij moest een smoes verzinnen om niet te gaan. Zijn vrienden dachten dat hij niet graag meer kwam, maar het tegendeel was waar: dat was net zijn leven! De laatste keer dat hij mee naar een familiefeestje ging, was twee jaar geleden: een broer van mij werd vijftig. Maar zodra de muziek aanging, pakte hij zijn decibelmeter: toen die boven de negentig ging, is hij onmiddellijk vertrokken.
Het ging ook lang niet lang alleen om muziek. We staan er niet bij stil, maar in onze maatschappij is er overal lawaai. Dietrich beschreef in zijn afscheidsbrief hoe hij eens naar Tielt ging en hoe ze daar opeens vuurwerk begonnen af te steken: tegen dat hij zijn oorwatten in had, waren er al drie, vier knallen gepasseerd… Of we gingen winkelen in Roosendaal, en opeens begon iemand beton uit te breken en had hij het weer zitten. Lawaai kan tegenwoordig overal op je af komen, de hele dag. Dat was het probleem: hij was nergens nog veilig. En de decibelband waarin hij geen pijn had werd steeds nauwer. Op zijn begrafenis vroeg hij om ‘One’ van Metallica te spelen: in die tekst staat precies wat hij doormaakte.»