Gehoorschade schuld van orkest
De rechter in Arnhem heeft het Gelders Orkest na een jaren slepende procedure aansprakelijk gesteld voor de gehoorschade van cellist Hans Borstlap. De musicus werkte van 1974 tot 2005 bij het orkest en krijgt tienduizend euro smartengeld.
De gehoorschade is volgens Borstlap ontstaan in de periode rond 1994, toen de geluidswerende schotten in het orkest op verzoek van dirigent Roberto Benzi werden verwijderd. De cellist zat daardoor in het geluid van de trompetten achter hem. De werkgever zorgde wel voor individuele gehoorbescherming in de vorm van oordoppen, maar heeft er volgens de rechter onvoldoende op toegezien dat deze ook werden gedragen. De oordoppen zijn onder musici niet populair omdat zij daardoor hun werk minder goed kunnen doen.
FNV Bondgenoten is verheugd met de uitspraak van de rechter omdat hiermee de werkgever op zijn verantwoordelijkheid wordt gewezen. ‘Een orkest moet musici beschermen tegen de risico’s van hun vak’, zegt de advocaat van de vakbond in NRC. ‘Daar zijn allerlei mogelijkheden toe, maar het Gelders Orkest heeft die niet genomen. Het is een principekwestie. Een orkestmusicus is in zijn beroepsrisico niet anders dan de bediener van een zaagmachine.’
Het Gelders Orkest zelf vindt dat de rechter voorbijgaat aan de complexiteit van het probleem. Het is onmogelijk musici te kan dwingen om hun oordoppen in te doen bij elke harde passage. En musici spelen niet alleen in het orkest maar ook in ensembles, of met koptelefoon op. ‘Dan is het niet exact om alle verantwoordelijkheid af te schuiven op het orkest’, meent de directeur.
De laatste tien tot vijftien jaar hebben de orkesten de nodige maatregelen getroffen om gehoorschade bij musici te voorkomen. Men maakt gebruik van grote geluidswerende schotten tussen de secties of ook wel individuele schotten. De musici beschikken over op maat gemaakte oordoppen. En men experimenteert met de opstelling van het orkest of maakt het podium groter als dat kan.